Stipendium Bottelier

Het Stipendium Bottelier ondersteunt Nederlands plantenonderzoek in binnen- en buitenland. Deze beurs is bedoeld ter bevordering van de kennis in alle gebieden van de botanie van celbiologie tot ecologisch veldonderzoek.

 

Wat financieren we?

We financieren vooral kosten die studenten en promovendi maken voor hun onderzoek of stage, zoals reis- en verblijfkosten en aanschaf van materialen tot een bedrag van € 750. Bij de beoordeling selecteren we aanvragen voor ondersteuning in kosten die niet gemakkelijk door andere fondsen gesubsidieerd worden.

Voorwaarden
  1. Aanvrager is student of promoveert aan een Nederlandse universiteit
  2. Bij je aanvraag stuur je een (samenvatting van) een onderzoeksplan mee.
  3. Je geeft een presentatie over je onderzoek en noemt de KNBV
  4. Bewaar bonnetjes en/of houdt ritten bij.
  5. Stuur ons een verslag.
Inzendtermijn

De inzendtermijnen zijn 1 maart en 1 oktober. Het bestuur besluit over toekenning en streeft ernaar om 1 maand later te laten weten of je in aanmerking komt voor het Stipendium.

Aanvragen

Download het aanvraagformulier. Stuur het ingevulde formulier naar KNBV-secretaris Wouter Kohlen  wouter.kohlen@wur.nl Je kunt bij hem ook terecht voor meer informatie.

Declareren

Ben je klaar met je onderzoek? Download het declaratieformulier.

 

 

 

Andere fondsen

Voldoet je voorstel niet aan onze richtlijnen, dan kun je misschien terecht bij het Hugo de Vries Fonds.

Recent ondersteund onderzoek

Eikenmos FLICKR Björn S...

Kleurvariatie in eikenmos in stedelijk gebied en natuur

Rianne van Deelen

Begeleiding: Barbara Gravendeel (Radboud Universiteit) en Laurens Sparrius (FLORON/BLWG).

Grote delen van Nederland hebben te maken met verstedelijking. In vergelijk met een natuurlijke omgeving wordt de urbane omgeving getypeerd door hogere temperaturen, veranderde hydrologie en hogere luchtverontreiniging. Organismen blijken zich hieraan aan te passen, wat veelvuldig is beschreven onder de term urbane evolutie. In dit onderzoek stelden we de vraag of eikenmos zich aanpast aan urbane condities en of de leeftijd van de eikenmospopulatie hierin een rol speelt. In zeven transecten werden de kleur, grootte, dichtheid, en aanwezigheid van soredia gemeten. Elk transect bestond uit natuurlijke en urbane gebieden. Het eikenmos bleek groener in natuurlijke gebieden en grijzer in de stad. Daarnaast was het eikenmos gemiddeld kleiner in de stad en in jongere populaties (max. ±30 jaar oud), terwijl geen verschillen werden gevonden in de aan- en afwezigheid van soredia. De leeftijd van de populaties had met name effect op de productie van usninezuur, met een hogere concentratie usninezuur op oudere bomen, die meer voorkwamen in natuurlijke gebieden en gebieden met oudere eikenmospopulaties. De resultaten zijn een eerste indicatie voor verschillende karakteristieken van eikenmos in natuurlijke en stedelijke gebieden. Vervolgonderzoek kan uitwijzen of deze karakteristieken een genetische basis hebben en of eikenmos zich daadwerkelijk aanpast aan de urbane omgeving.

Pionierbegroeiingen op rotsbodems in Zuid-Limburg

Wiene Bakker

Begeleiding: Nils van Rooijen (Radboud Universiteit/WUR). 

In Nederland komt de Associatie van de Tengere veldmuur alleen op enkele geïsoleerde, zonnige kalkrotsen in Zuid-Limburg voor. De plantengemeenschap is rijk aan zeldzame en bedreigde soorten en is een eigen prioritair habitattype binnen Natura 2000. De laatste decennia is er veel veranderd aan het leefgebied van de Associatie van Tengere veldmuur en gevreesd wordt dat het niet goed gaat met de associatie. De plantengemeenschap is echter lange tijd niet goed onderzocht. We onderzochten daarom of de Associatie van Tengere veldmuur nog in goede staat in Nederland voorkomt, wat er aangaande de soortensamenstelling de afgelopen eeuw is veranderd en welke factoren van invloed zijn geweest op eventuele veranderingen. De antwoorden op deze vragen kunnen ons helpen bij het maken van de juiste inschatting van de toekomst van het  vegetatietype in Nederland. Op veel plekken verdween of verarmde de plantengemeenschap tijdens een periode (1920-1980) van gebrekkig beheer en de herintroductie van beheer (1980) leidde, waarschijnlijk door beperkte kolonisatie, slechts tot een aanvankelijk herstel, dat niet doorzette. Plekken waar de vegetatie ondanks langdurige verruiging en een voedselrijke bodem hardnekkig in goede staat bleef voortbestaan en de aanwezigheid van een vrij rijke vorm van de  plantengemeenschap in groeven bieden echter hoop voor de toekomst.

2012

Luipaarden en Vegetatie

Martine Kalisvaart en Timon Pieck gingen naar Zuid-Afrika. Met het Stipendium Bottelier deden zij onderzoek naar de relatie tussen vegetatie en luipaarden.

2011

Reconciling higher cacao productivity with forest biodiversity conservation: what are the opportunities and management implications?

André van den Beld is in Ghana (en Congo) geweest voor een onderzoek naar biodiversiteitsvriendelijke manieren om cacao te produceren.

The impact of elevated atmospheric nitrogen deposition on biological N-fixation in boreal peatlands

Jacqueline Popma was in de VS en Canada om onderzoek te doen naar stikstofdepositie in venen.